door Kees van Bruggen
Op maandag 14 januari moest HBC 3 een inhaalwedstrijd spelen tegen ZBC 4. Ook deze keer was HBC 3 niet opgewassen tegen de tegenstander. ZBC 4 speelde met Bergman 75 caramboles, De Jong 50 caramboles en Menting die in de eerste 47 caramboles moest maken en in de 2e partij 50 caramboles. HBC 3 speelde met Van Bruggen 41 caramboles, Schaafsma 38 caramboles, Roze 38 caramboles en Nijenbrink 26 caramboles.
Van Bruggen moest het in de eerste partij opnemen tegen Bergman. Bergman ging goed van start en had al in de eerste 10 beurten 25 caramboles op het bord staan. Van Bruggen ging iets rustiger van start en liet in deze beurten 5 caramboles noteren. In de 10e tot en met de 20ste beurt kwam Van Bruggen toch wat dichter bij Bergman. De stand was 44 voor Bergman en 22 voor Van Bruggen. In de beurten 21 tot en met 30 kwam Van Bruggen steeds dichter bij zijn einddoel en Bergman begon toch steekjes te laten vallen. In de beurten 24 tot en met 30 produceerde Van Bruggen 18 caramboles en met een slotserie van 5 trok hij de winst in deze partij naar zich in een gemiddelde van 1.36. Het gemiddelde van Bergman was 2.03.
Schaafsma moest het in de 2e partij opnemen tegen De Jong. De Jong ging niet goed van start en wisten in de eerste 10 beurten slechts 4 caramboles op het scorebord te krijgen. Met Schaafsma ging het beter en liet in deze beurten 10 caramboles noteren. De Jong echter wist in de beurten 11 tot 20 10 caramboles op het scorebord aantekenen terwijl Schaafsma slechts 4 caramboles wist te maken. De tussenstand was na 20 beurten 20 voor De Jong en 12 voor Schaafsma. In de volgende 10 beurten was het toch De Jong die de boventoon voerde. Hij liet 19 caramboles noteren en Schaafsma 10. De tussenstand was inmiddels voor De Jong 39 en voor Schaafsma 22. In de laatste 9 beurten wist De Jong zijn benodigde 50 caramboles te maken in een gemiddelde van 1.28. Schaafsma bleef steken op 27 caramboles in een gemiddelde van 0.69.
Roze moest het in de derde partij opnemen tegen Menting. Roze ging in deze partij goed van start en had in de eerste 10 beurten 7 caramboles gemaakt terwijl Menting 4 liet noteren. In de beurten 11 tot en met 20 was het vooral Menting die de caramboles maakte en liep zodoende weg bij Roze die in deze beurten 5 caramboles liet aantekenen. De tussenstand was na 20 beurten Menting 14 caramboles en Roze 12 caramboles. In de beurten 20 tot en met 30 was het wederom Menting die de caramboles maakte met o.a. 2 series van 5. Roze echter scoorde in deze beurten 7 caramboles. De tussenstand na 30 beurten was 31 voor Menting en 19 voor Roze. Menting ging in de laatste 11 beurten ongestoord door en wist in de 38ste beurt nog een serie van 6 te maken en in de laatste en 41ste beurt en serie van 4. Roze wist in de laatste 11 beurten wel regelmatig te scoren maar was te weinig voor de overwinning die naar Menting ging in een gemiddelde van 1.14 terwijl het gemiddelde van Roze 0.78 bedroeg.
In de laatste partij moest Nijenbrink het opnemen tegen alweer Menting die een dubbel partij moest spelen omdat ZBC 4 slechts met 3 personen op kwam dagen. In deze partij moest Menting 50 caramboles maken. Dit bleek achteraf geen moeite te kosten voor Menting. In de eerste 10 beurten had hij al 16 caramboles op het scorebord staan tegenover Nijenbrink 3. In de beurten 11 tot en met 20 ging Menting rustig door met het maken van de caramboles. Ook Nijenbrink liet zich niet onbetuigd en scoorde in deze beurten 9 caramboles zodat de tussenstand was voor Menting 29 en voor Nijenbrink 12. In de beurten 21 tot met 30 was het wederom Menting die er op los scoorde. De tussenstand na 30 beurten was het Menting die de boventoon voerde en had al 40 caramboles op het bord staan. Nijenbrink liet na 30 beurten 17 caramboles noteren. In de laatste 7 beurten ging Menting door met het scoren van caramboles. In deze beurten maakte hij zijn benodigde 50 caramboles vol door o.a. met een serie van 4 in de 34ste beurt en in een gemiddelde van 1.35. Nijenbrink bleef steken op 18 caramboles doordat hij in de laatste 7 beurten 1 carambole wist te maken. Hij beëindigde zijn partij in een gemiddelde van 0.48.
Einduitslag HBC 3 – ZBC 4: 2 – 7























