Feeds:
Berichten
Reacties

Archief voor de ‘Wedstrijdverslagen’ Categorie

HBC 3 – HBC 5

Nipte overwinning voor HBC 3

door Kees van Bruggen

De laatste wedstrijd voor HBC 3 ging tegen HBC 5 die met Riemersma 100 caramboles, De Keyzer 47 caramboles, Van der Kooi 38 caramboles en Tülner 29 caramboles aantrad. Voor HBC 3 kwamen aan de tafel Wittink 100 caramboles, Wijkniet 50 caramboles en Van Bruggen die ook in deze match weer 2 partijen moest spelen waarin hij de eerste partij 41 caramboles moest zien te vergaren en in de 2de partij 41 caramboles.

Wittink nam het in de eerste partij op tegen Riemersma. Het beloofde een mooie partij omdat beide spelers ieder 100 caramboles moesten zien te maken en daar slaagde Wittink in. Beide spelers gingen niet goed van start.  Zo had Wittink na 10 beurten nog maar 19 caramboles op het scorebord laten aantekenen. Riemersma echter liet nog maar 10 caramboles noteren in de eerste 10 beurten. In de beurten 11 tot en met 20 leek het of Riemersma de match naar zich toe trok door in de 13de beurt een serie van 8 te maken een voorsprong van 1 carambole te nemen. Wittink echter sloeg in de 14de en de 19de beurt keihard terug met een serie van 10 om zo zijn voorsprong tot en met de 20ste beurt uit te bouwen naar 17 caramboles. Riemersma maakte in de beurten 21 tot en met 30 slechts 6 caramboles waarvan in de 30ste beurt en serie van 3. Wittink bleef cool en maakte in de 24ste en 27ste beurt een serie van 5 om vervolgens in de 29ste en 30ste beurt telkens een serie van 6 te maken en breide zodoende zijn voorsprong na 30 beurten uit tot 37 caramboles. Dit gaf als tussenstand na 30 beurten 66 voor Wittink en 29 voor Riemersma. Ook in de beurten 31 tot en met 40 was Wittink sterker dan Riemersma. Zo scoorde hij o.a. in de 32ste beurt een serie van 4, in de 34ste een serie van 5 en in de 36ste beurt een serie van 6 en bracht hij zijn totaal na 40 beurten op 86. Riemersma maakte in deze beurten 26 caramboles door o.a. in de 36ste en 37ste beurt een serie van 9 te laten noteren en zo wist hij zijn totaal op te voeren naar 55 in 40 beurten. In de laatste 3 beurten wist Wittink nog een serie van 10 in de 42ste beurt te produceren en in zijn laatste en 43ste beurt een serie van 4. Maar ook Riemersma bleef zich in deze beurten roeren en maakte inde 42ste beurt nog een serie van 12 om in de gelijkmakende beurt nogmaals een serie van 5 te maken. Helaas bleef hij daardoor steken op 72 caramboles in een gemiddelde van 1.67. Het gemiddelde van Wittink bedroeg 2.32.

Wijkniet nam het in de 2de partij op tegen De Keyzer. De Keyzer kwam er in deze partij niet aan te pas. Regelmatig kwam Wijkniet tot scoren terwijl De Keyzer dit juist achterwege liet. Zo was de stand na 10 beurten slechts 8 voor Wijkniet en maar 2 voor De Keyzer. In de beurten 11 tot en met 20 was het Wijkniet die de bovenliggende partij was. Hij scoorde in deze beurten totaal 27 caramboles o.a. door een serie van 12 in beurt 12. Voorst scoorde hij nog 2 maal een serie van 4 in de 16de en 19de beurt. De Keyzer wist in deze beurten 15 caramboles te verzamelen door o.a. een serie van 3 in de 12de en 13de beurt en een serie van 4 in de 20ste beurt. Wijkniet wist in de beurten 21 tot en met 30 zijn benodigde 50 caramboles vol te maken. Zo scoorde hij in de 26ste beurt nog een serie van 6 om vervolgens in de 30ste beurt met een serie van 2 de 50 caramboles vol te maken. De Keyzer wist in deze beurten nog wel tot een redelijke score te komen. Zo maakte hij in de 21ste beurt een serie van 3 en in de 25ste en 28ste beurt een serie van 4. In de gelijkmakende en 30ste beurt wist hij niet meer tot scoren te komen en bleef zodoende steken op 30 caramboles in een gemiddelde van 1.00. Het gemiddelde van Wijkniet bedroeg 1.66.

Van Bruggen moest het in zijn eerste partij opnemen tegen Van der Kooi. Beide spelers ontliepen elkaar niet veel. De stand na 10 beurten was 11 voor Van der Kooi en 13 voor Van Bruggen. Van der Kooi  wist in de 9de beurt een serie van 6 te maken terwijl Van Bruggen in de 10de beurt een serie van 5 er tegenover stelde. Dit gaf als tussenstand na 10 beurten 11 voor Van der Kooi en 13 voor Van Bruggen. In de beurten 11 tot en met 20 was er ook weinig verschil tussen de beide spelers. Van de Kooi wist zijn score te verhogen met 12 caramboles door o.a. een serie van 2 in de 13de, 14de, 18de en 19de beurt. Van Bruggen wist zijn score op te voeren naar 26 met o.a. in de 12de beurt een serie van 4, in de 15de beurt een serie van 5 en in de 16de beurt een serie van 2. Van der Kooi zette daar in de 21ste beurt een serie van 5 tegenover en in de 24ste en 26ste beurt een serie van 3. In de 27ste beurt maakte hij nog een serie van 2 om vervolgens in zijn laatste en 28ste beurt met een score van 1 carambole zijn 38 caramboles vol te maken. Van Bruggen wist in de beurten 21 tot en met 25 10 caramboles te scoren o.a. door in de 22ste en 23ste beurt een serie van 2 te maken en in de 26ste beurt een serie van 5 om vervolgens zijn gelijkmakende beurt te missen zodat hij bleef steken op 37 caramboles in een gemiddelde van 1.32. Het gemiddelde van Van der Kooi bedroeg 1.35.

In de 4de en laatste partij moest Van Bruggen het opnemen tegen Tülner. Dit was voor Van Bruggen zijn 2de partij. Ook deze beide spelers ontliepen elkaar niet veel. Zo had zowel Van Bruggen als Tülner na 10 beurten 12 caramboles op het scorebord laten aantekenen. Tülner wist o.a. in de 9de beurt zelfs een serie van 9 te maken terwijl Van Bruggen daar een serie van 3 in de 3de beurt, een serie van 6 in de 5de beurt tegenover zette. Van Bruggen ging in de beurten 11 tot en met 20 uitlopen op Tülner met o.a. in 12 beurt een serie van 8, in de 14de beurt een serie van 3 en in de 15de beurt een serie van 5 om vervolgens in de 18de beurt een serie van 9 te laten aantekenen. Zijn voorsprong na 20 beurten was 15 caramboles en gaf als tussenstand 23 voor Tülner en 38 voor Van Bruggen. Van Bruggen wist in de resterende 6 beurten slechts 2 maal te scoren en bleef zodoende steken op 40 caramboles in een gemiddelde van 1.53. Tülner Wist in de laatste 6 beurten nog wel te scoren. Zo scoorde hij in de 22ste beurt nog een serie van 4 en in zijn laatste en 26ste beurt een serie van 2. Hij maakte daarmee zijn beoogde 29 caramboles vol in een gemiddelde van 1.11.

Einduitslag HBC 3 -HBC 5: 42 – 37.

Read Full Post »

HBC 5 – HBC 1

HBC 1 te sterk voor HBC 5

door Henk de Keyzer

Op donderdag 11 april speelde HBC 5 met Riemersma (100 car.), De Keyzer (47), V.d. Kooi (38) en Den Hartog (31) een thuiswedstrijd tegen HBC 1 met Eshuis (70), Meester (62), De Roo (50) en Zwiers (33).

In de eerste partij ging Eshuis van acquit tegen Riemersma. Na 5 beurten hadden beide spelers, mede dankzij series van 7 en 3 van Eshuis en 7 en 4 van Riemersma, 12 caramboles verzameld. In de beurten 6 t/m 10 nam Riemersma met series van 2, 4 en 8 een kleine voorsprong op Eshuis, die een serie van 2 en een van 6 scoorde en dat leidde tot de stand 20 – 26. In de 11e t/m 15e beurt maakte Eshuis achtereenvolgens een serie van 3, een van 5, twee series van 4 en een van 6. Hoewel ook Riemersma een serie van 7 en een van 12 scoorde liep Eshuis weer iets in tot 42 – 46 na 15 beurten. In de beurten 16 t/m 20 wist Eshuis zijn achterstand in een voorsprong om te zetten door opnieuw elke beurt te caramboleren en daarbij ook een serie van 4 en een van 9 te maken. Riemersma maakte in die beurten 3 caramboles, waardoor de stand 58 – 49 werd bereikt. De beurten 21 t/m 25 waren voor beide spelers weinig succesvol. Eshuis maakte 1 carambole en Riemersma scoorde helemaal niet. In de volgende 5 beurten kwam Eshuis tot op 4 caramboles van zijn benodigde aantal, o.a. via 2 series van 3, en scoorde Riemersma een serie van 3 en een van 10. De stand werd daardoor 66 – 62 na 30 beurten. In de 33e beurt maakte Eshuis, na een serie van 3in beurt 31, de partij uit. Riemersma maakte nog 9 caramboles, waaronder een serie van 3 en een serie van 5 in de gelijkmakende beurt.
Uitslag: Eshuis – Riemersma  70 – 71.
Moyennes: Eshuis 2,121; Riemersma 2,151.

In de tweede partij nam Meester direct al een voorsprong op De Keyzer. Met een serie van 7 en een van 2 werd de stand 10 – 6 na 5 beurten, waarin De Keyzer een serie van 5 maakte. De beurten 6 t/m 10 liepen slecht voor De Keyzer (slechts 1 carambole) en Meester liep met twee series van 2 en een van 6 uit tot 20 – 7. Ook in de 11e t/m 15e beurt vergrootte Meester zijn voorsprong. Met een serie van 3 en een van 7 kwam de stand 30 – 9 op het bord. Pas in de beurten 16 t/m 20 kwam De Keyzer iets terug. Tegenover series van 2, 3 en 7 wist De Keyzer series van 3, 7 en 6 te maken en werd het 42 – 26. In de volgende 5 beurten maakte Meester 6 caramboles (met een serie van 4) en De Keyzer maakte er 4 (2 series van 2) en werd het 48 – 30. In de 26e t/m 30e beurt maakte De Keyzer weer 2 caramboles meer. Met series van 2 en 3 bracht hij de achterstand weer iets terug tot 51 – 35. Omdat Meester in de volgende 7 beurten slechts drie keer 1 carambole maakte wist De Keyzer de partij toch nog winnend af te sluiten met series van 3 en 4 in de beurten 31 en 32 en twee series van 2 in de beurten 34 en 37.
Uitslag:  Meester – De Keyzer  54 – 47.
Moyennes: Meester  1,459; De Keyzer 1,270.

Ook in de derde partij liep HBC 5 speler V.d. Kooi al direct tegen een achterstand aan. Na 5 beurten nam De Roo met series van 6 en 4 de leiding met 7 – 10. V.d. Kooi maakte 2 series van 3. In de beurten 6 t/m 10 hadden beide spelers 3 missers, maar maakte De Roo ook een serie van 3 en een van 7, waar V.d. Kooi slechts een serie van 2 tegenover kon zetten. De stand werd daarmee 10 – 20. Ook in de volgende 5 beurten scoorde V.d. Kooi mondjesmaat (2 caramboles) en maakte De Roo series van 2, 4 en 6, waarmee hij verder uitliep tot 12 – 33. In de 16e t/m 20e beurt hielden beide spelers elkaar nagenoeg in evenwicht (De Roo maakte 1 carambole meer) en het werd 16 – 38. Doordat V.d. Kooi in de beurten 21 t/m 25 alleen een serie van 2 maakte liep De Roo met series van 4, 3 en 2 nog verder uit tot 18 – 47, dus tot op 3 caramboles van zijn eindtotaal. Daarna liep het bij De Roo niet meer. In de beurten 26 t/m 30 maakte V.d. Kooi 3 caramboles en De Roo slechts 1 en dat leidde tot de stand 21 – 48. In beurt 32 had V.d. Kooi een opleving met een serie van 9 en door vervolgens in beurt 34 nog een serie van 2 te maken kwam hij op 5 caramboles van zijn eindtotaal. Pas in beurt 35 en 36 wist de Roo telkens met 1 carambole de partij winnend af te sluiten. V.d. Kooi scoorde niet meer.
Uitslag: V.d. Kooi – De Roo  33 – 50.
Moyennes: V.d. Kooi 0,916; De Roo 1,388.

In de vierde partij keek ook HBC 5 speler Den Hartog al na 5 beurten aan tegen een forse achterstand. Omdat hij zelf geen caramboles maakte en Zwiers goed presteerde met series van 3, 9 en 2 werd het 0 – 14. In de 6e t/m 10e beurt wist Den Hartog iets terug te komen door 6 caramboles te maken, met 2 series van 2, terwijl Zwiers toen 3 keer caramboleerde. De stand 6 – 17 werd bereikt. Ook in beurt 11 t/m 15 was Den Hartog iets beter op dreef dan Zwiers. Met onder meer series van 3 en 4, tegenover 1 serie van 2 van Zwiers kwam Den Hartog terug tot 14 – 22. Ook in de beurten 16 t/m 20 liep Den Hartog in met o.a. een serie van 6 in beurt 17. Zwiers maakte in die 17e beurt een serie van 2. De stand 21 – 26 werd bereikt na 20 beurten. In de 21e t/m 25e beurt maakte Zwiers echter de partij uit. Hij maakte een serie van 2 in beurt 22 en een van 3 in de afsluitende beurt 25. Den Hartog maakte nog 3 caramboles.
Uitslag: Den Hartog – Zwiers  24 – 33.
Moyennes: Den Hartog 0,960; Zwiers 1,320.

Einduitslag: HBC 5 – HBC 1  34 – 44.

Read Full Post »

Maximale winst voor HBC 3

door Kees van Bruggen

Donderdag 11 april moest HBC 3 voor zijn laatste uitwedstrijd op bezoek bij De Tump 2 uit Ruinen die met Van Geloven 41 caramboles, Weide 35 caramboles, Spijkerman 35 caramboles en Bergman 31 caramboles aantrad. Voor HBC kwamen aan de tafel Wittink 100 caramboles, Wijkniet 50 caramboles en Van Bruggen die in de eerste partij 41 caramboles moest zien te scoren en inde tweede partij 44 caramboles.

Wittink ging als eerste van start tegen Van Geloven. Wittink begon goed aan zijn partij door vanaf acquit meteen een serie van 4 te maken en vervolgens in de 2de beurt een serie van 3. Maar ook Van Geloven begon goed. Hij maakte in zijn eerste beurt meteen een serie van 3. Verder kon hij alleen in de 4de beurt nog een serie van 2 maken terwijl Wittink vrolijk door ging met scoren met in de 6de beurt een serie van 2, in de 7de beurt een serie van 4 en in de 9de beurt een serie van 5. De tussenstand na 10 beurten was voor Wittink 21 en voor Van Geloven 10. Ook in de beurten 11 tot en met 20 was het toch Wittink die de boventoon voerde en Van Geloven alle hoeken van het biljart liet zien met in de 12de en de 13de beurt een serie van 8 gevolgd door een serie van 6 in de 14de beurt om in de 17de beurt een serie van 12 op het scorebord te laten aantekenen. In de 18de beurt scoorde hij weer een serie van 5. Zijn aantal caramboles na 20 beurten was 72 en dat van Van geloven slechts 19. Deze score kwam o.a. tot stand door een serie van 2 in de 16de beurt en een serie van 5 in de 18de beurt. In de beurten 21 tot en met 30 ging het iets minder met Wittink maar ook Van Geloven brouwde er niet veel van. Wittink had in de 24ste beurt nog een serie van 4 en in de 27ste een serie van 3 terwijl Van Geloven zowel in de 21ste als in de 30ste beurt een serie van 3 had. Dit resulteerde in een tussenstand na 30 beurten 82 voor Wittink en 28 voor Van Geloven. Wittink wist in de beurten 31 tot en met 38 zijn vereiste aantal van 100 caramboles vol te maken door o.a. in de 31ste beurt een serie van 2 te maken, in de 32 een serie van 6, in de 37ste een serie van 5 om in de 38ste beurt zijn 100 caramboles vol te maken in een gemiddelde van 2.63. Van Geloven echter wijst in de laatste 8 beurten slechts 3 caramboles te scoren en bleef steken op 31 caramboles in een gemiddelde van 0.82.

Wijkniet moest het in de 2de partij opnemen tegen Weide. Wijkniet nam in de eerste 10 beurten meteen een voorsprong van 8 caramboles. Hij liet een serie van 5 in de 2de beurt noteren, in de 3de beurt een serie van 3 om vervolgens in o.a. de 10 beurt een serie van 4 te maken. Weide echter maakte ook in de 2de beurt een serie van 5 en in de 9de en 10de beurt telkens een serie van 2. In de beurten 11 tot en met 20 liep Wijkniet nog iets verder uit op Weide door in de 11de en 16de beurt een serie van 3 te scoren en in de 17de beurt een serie van 5. Weide echter kon daar slechts een serie van 3 in de 18de beurt en een serie van 4 in de 19de beurt tegenover zetten. 35 Tegen 23 was de stand na 20 beurten in het voordeel voor Wijkniet. In de beurten 21 tot en met 29 maakte Wijkniet 15 caramboles door een serie van 6 in de 24ste en 28ste beurt een 1 carambole in zijn laatste en 29ste beurt. Weide wist allen in de 33ste beurt nog een serie van 3 te maken en in de 36ste tot en met de 38ste beurt telkens 1 carambole zodat zijn eindtotaal 34 caramboles was in een gemiddelde van 1.17 tegenover een gemiddelde voor Wijkniet van 1.72.

Van Bruggen moest het in zijn eerste partij opnemen tegen Spijkerman. Al in de eerste 10 beurten nam Van Bruggen afstand van Spijerman door in de 2de beurt een serie van 3 op de tafel te leggen en in de 5de beurt een serie van 5 zodat zijn totaal na 10 beurten op 15 caramboles uitkwam. Spijkerman had in de 3de beurt een serie van 2 en in de 8ste beurt een serie van 3 en kwam na 10 beurten op een totaal van 7. Ook in de beurten 11 tot en met 20 bleef Van Bruggen de bovenliggende partij met o.a. in de 12de en 13de beurt een serie van 2, een serie van 3 in de 14de beurt en een serie van 6 in de 19de beurt. Spijkerman echter met uitzondering van de 12de, 14de t.e.m. 18de beurt waarin hij telkens 1 carambole wist te maken niet meer te scoren zodat zijn totaal na 20 beurten op 13 caramboles uitkwam terwijl Van Bruggen al 30 caramboles op het scorebord had laten aantekenen. Ook in de beurten 21 tot en met 30 voor Spijkerman niet al te best. Zo scoorde hij in de 28ste beurt nog en serie van 2 om in beurt 22, 24, 26, 27 en 29 slechts een maal te scoren. In d overige beurten kwam hij totaal niet tot scoren. Ook bij Van Bruggen ging het minder. Ook hij wist niet te scoren in de beurten 21, 22 24 en 25. Wel maakte hij nog in de beurten 23en 26 en serie van 2 en in beurt 27 een serie van 3 zodat zijn totaal aantal gescoorde caramboles na 30 beurten op 40 kwam. Toch duurde het nog tot de 37ste beurt voor hij zijn benodigde aantal van 41 caramboles had verzameld. Hij deed dit in een gemiddelde van 1.11. Spijerman maakte in de laatste 7 beurten toch nog 7 caramboles en eindigde op 28 van de benodigde 35 caramboles. Het gemiddelde van Spijerman bedroeg 0.76.

De tweede partij voor Van Bruggen ging tegen Bergman. Ook in deze partij ging Van Bruggen voortvarend van start door meteen in de eerste beurt een serie van 6 op het scorebord te laten aantekenen gevolgd door een serie van 4 in de 3de beurt en een serie van 5 in de 10de beurt. Bergman echter liet zich ook niet onbetuigd een maakte in zowel de 7de als de 8ste beurt een serie van 4 zodat de tussenstand na 10 beurten 11 voor Bergman en 19 voor Van Bruggen was. In de beurten 11 tot en met 20 liep Van Bruggen verder weg van Bergman door in deze beurten een totaal aantal van 11 caramboles te scoren. Spijkerman bleef in deze beurten steken op 4 caramboles. In de beurten 21 tot en met 30 ging Van Bruggen door met scoren. Het scoren ging bij hem niet zo vlot meer maar hij wist toch in beurt 25 en 26 toch nog een serie van 3 te maken. Bergman echter wist ook niet meer zoveel te scoren. In deze beurten scoorde hij in beurt 21 en 23 slechts 1 carambole en in beurt 24 2 om in de overige beurt niet tot scoren te komen. Ook in de laatste 8 beurten ging het scoren hem niet zo gemakkelijk af. Zo wist in beurt nog 2 keer te scoren en in de beurten 36 tot 38 maar een keer. Bergman wist zijn score toch nog wat op te krikken door in beurt 31 en 32 een serie van 2 te maken en in beurt 33 een serie van 4 om in de beurten 34 tot en met 37 niet meer te scoren. Zijn aantal van 28 caramboles maakte hij door in zijn laatste en 38 beurt nog een keer te scoren. Het gemiddelde van Bergman bedroeg 0,74 en dat van Van Bruggen 1.16.

Einduitslag:      De Tump2 – HBC 3      33 – 48.

Read Full Post »

HBC 5 verliest weer

door Henk de Keyzer

Op maandag 8 april speelde HBC 5 met De Keyzer (47 car.), V.d. Kooi (38), Den Hartog (31) en Tulner een uitwedstrijd tegen De Koetsier 1 met Nijenhuis (75), Jager (47), Kuiken (44) en nogmaals Kuiken (47) in Maxx Sports Hoogeveen.

In de eerste partij ging De Keyzer ten onder tegen Nijenhuis, die vanaf acquit een serie van 6 op tafel legde, in de derde beurt een serie van 11 en in beurt vijf een serie van 4. De Keyzer maakte 1 carambole in beurt 2. Het was na vijf beurten 22 – 1 voor Nijenhuis. In de volgende vijf beurten maakte De Keyzer 4 caramboles (1 serie van 3) en Nijenhuis 6 (1 serie van 5). Met 13 caramboles (o.a. een serie van 8 en een van 3) in de beurten 11 t/m 15 liep Nijenhuis nog iets verder uit, omdat De Keyzer er slechts 11 maakte (een keer 7 en twee keer 2). Het werd 21 – 16 na 15 beurten. In de beurten 16 t/m 20 ging het bij Nijenhuis iets minder. Tegenover 5 caramboles (met een serie van 4) zette De Keyzer er 7 (door o.a. een serie van 4 en een van 2) en werd het 46 – 23. In 21e t/m 25e beurt maakten beide spelers 5 caramboles, zodat de stand 51 – 26 werd bereikt. In de volgende 5 beurten maakte Nijenhuis de partij uit met 2 series van 5, een van 3 en een slotserie van 10. De Keyzer maakte toen nog 7 caramboles.
Uitslag:  Nijenhuis – De Keyzer 75 – 33. Moyennes: Nijenhuis 2,500; De Keyzer: 1,100.

In de tweede partij ging Jager met 2 van acquit tegen V.d. Kooi. In de vierde beurt maakten beide spelers een serie van 6 en na vijf beurten was de stand 8 – 7 in het voordeel van Jager. In de beurten 56 t/m 10 wist Jager o.a. met series van 4 en 3 8 caramboles te maken tegen 3 door V.d. Kooi en werd de stand 16 – 10. In de 11e t/m 15e beurt maakte V.d. Kooi telkens 1 en een keer 2 caramboles, maar Jager liep toch verder uit met series van 2 en 7 in de 14e en 15e beurt: 25 – 16 na 15 beurten. In de beurten 16 t/m 20 hadden beide spelers 3 nullen, maar met een serie van 3 in beurt 20 liep Jager verder uit naar 29 – 18. Met het caramboleren van V.d. Kooi was het in de volgende 10 beurten slecht gesteld. Hij maakte in beurt 22 nog een serie van 2, maar ook Jager scoorde ten mondjesmaat na 25 beurten was het 34 – 20. In de 26e t/m 30e beurt hadden beide spelers vier keer een nul en Jager had nog een serie van 4, waardoor het 38 – 21 werd na 30 beurten. De partij werd in de beurten 31 t/m 35 door Jager afgerond met series van 3, 4 en 2. V.d. Kooi maakte nog 4 caramboles.
Uitslag:  Jager – V.d. Kooi 47 – 25.      Moyennes: Jager 1,342; V.d. Kooi 0,714.

In de derde partij nam Den Hartog in de eerste 5 beurten direct afstand van Kuiken. Door een serie van 6 en een van 2 werd het 10 – 5. Daarna scoorde Den Hartog een reeks van vier nullen, maar ook Kuiken had er drie. Kuiken liep echter iets in tot 11 – 8 na 10 beurten. In de beurten 11 t/m 15 had Kuiken vier nullen en 1 carambole, waar Den Hartog o.a. series van 2, 3 en 4 tegenover zetten. Het werd 21 – 9 na 15 beurten. In de 16e t/m 20e beurt maakte Kuiken series van 2, 5 en 3. Den Hartog kon in die beurten twee keer 1 carambole en een keer een serie van 6 caramboles maken. Na 20 beurten was het daardoor 29 – 19, waarmee Den Hartog op 2 caramboles van zijn benodigde eindtotaal raakte. Het maken van die 2 caramboles vergde echter nog zeven beurten. Na het maken van 1 carambole in beurt 23 besloot Den Hartog de partij in beurt 27. Kuiken maakte in die laatste zeven beurten nog 7 caramboles, waaronder een serie van 2 en een van 3.
Uitslag: Den Hartog – Kuiken  31 – 26.                        Moyennes: Den Hartog 1,148; Kuiken  0,963.

In de vierde partij moest Tulner het opnemen tegen Kuiken, die een dubbelpartij speelde en nu 47 caramboles moest maken. Het werd een lange partij, waarin Tulner in de eerste 10 beurten 3 caramboles (1 serie van 2) wist te maken en Kuiken 14 (met 2 series van 2, een van 4 en een van 5). In de 11e t/m 15e beurt maakte Tulner alleen nullen, maar ook Kuiken maakte slechts 3 caramboles. Het werd 3 – 17 in het voordeel van Kuiken na 15 beurten. Met een serie van 3 en een van 2 van Tulner en slechts 3 caramboles voor Kuiken werd het 8 – 20 na 20 beurten. In de beurten 21 t/m 30 had Tulner zeven keer een nul en serie van 3 in beurt 30. Kuiken scoorde wat regelmatiger en had een serie van 4 in beurt 27. Na 30 beurten was de stand 14 – 29. In de 31e t/m 40e beurt was er een serie van 7 voor Tulner in beurt 33 en twee keer 1 carambole in de beurten 39 en 40. Kuiken scoorde ook in die beurten wat meer, nl. twee keer 2, een keer 5 en een keer 1, waardoor het 23 – 39 werd. Na opnieuw vijf keer een nul (beurt 41 t/m 45) maakte Tulner met een serie van 2, twee keer 1 en opnieuw een serie van 2 zijn 29 caramboles vol in de 50e beurt. Kuiken had in de beurten 41 t/m 50 ook zes keer een nul, maar ook series van 2 en 3. In de gelijkmakende beurt wist hij een gelijkspel af te dwingen.
Uitslag:  Tulner – Kuiken  29 – 47.                  Moyennes: Tulner: 0,580; Kuiken 0,940.

Einduitslag: De Koetsier 1 – H.B.C. 5  40 – 36.

Read Full Post »

Grote overwinning voor HBC 3

door Kees van Bruggen

De laatste” thuiswedstrijd” was op verzoek van HBC 3 en in overleg met Steenwijk 5 verplaatst naar Steenwijk op 10 april jl. in Steenwijk dit i.v.m. het Fraterman-tournooi. Voor Steenwijk kwamen aan de tafel met Gerritsen 85 caramboles, Oosterhof 50 caramboles, Kolk 41 caramboles en Belder ook 41 caramboles. HBC bond de strijd aan met De Boer 44 caramboles, Van Bruggen 41 caramboles, Roze 38 caramboles en Nijenbrink 26 caramboles.

Als eerste ging De Boer tegen Geerritsen van start. Gerritsen nam direct in de eerste 10 beurten al afstand van De Boer door o.a. in de 7de beurt een serie van 7 te maken. Dit deed hij in de 8ste en 9de beurt nog eens dunnetjes over met resp. een serie van 4 en 3. De Boer wist in de 6de en 10de beurt ook een serie van 3 op het scorebord te krijgen. Zijn achterstand na 10 beurten bedroeg 11 caramboles en resulteerde in een tussen stand van 20 voor Gerritsen en 9 voor De Boer. Ook in de volgende 10 beurten was het toch Gerritsen die zijn voorsprong beduidend zag oplopen. Zo legde hij in de 18de beurt een serie van 8 op de tafel. De Boer wist in de 11de en 20ste beurt daar een serie van 3 tegenover te zetten. Dit resulteerde in een tussenstand na 20 beurten 28 voor De Boer en 46 voor Gerritsen. In de beurten 21 tot en met 30 kwam De Boer beter in zijn spel en wist met een serie van 3 in de 24ste beurt en een serie van 9 in de 30ste beurt toch nog een totaal van 18 caramboles in deze beurten te scoren. Gerritsen ging echter gestaag door met scoren en liet een serie van 10 in de 24ste beurt noteren gevolgd door een serie van 8 in de 27ste beurt en een serie van 5 in de 29ste beurt. In de beurten 31 tot en met 36 wist De Boer nog slechts 4 caramboles te scoren en Gerritsen maakte in zijn laatste en 36ste beurt een eind aan de partij door met een score van 1 carambole zijn benodigde 85 caramboles vol te maken in een gemiddelde van 2.33. De Boer bleef steken op 37 caramboles in een gemiddelde van 1.02.

Van Bruggen moest het in de 2de partij opnemen tegen Oosterhof. In de eerste 10 beurten ontliepen de spelers elkaar niet zoveel ofschoon Van Bruggen deze beurten wel met een voorsprong van 5 caramboles wist af te sluiten door o.a. een serie van 4 in de 2de en 6de beurt en een serie van 3 in de 4de en 8ste beurt. Oosterhof had in de 8ste een serie van 3 en in de 10de beurt een serie van 4. In de beurten 11 tot en met 20 kwam Oosterhof toch dichter bij door o.a. in de 11de beurt een serie van 6 te laten noteren en in de 15de beurt een serie van 3, in de 18de beurt een serie van 4 om vervolgens in de 20ste beurt een serie van 7 op het scorebord te laten aantekenen. De tussenstand na 20 beurten was 36 voor Oosterhof en 39 voor Van Bruggen. In de laatste 4 beurten wist Oosterhof nog 5 caramboles te score en bleef zodoende steken op 41 caramboles in een gemiddelde van 1.68. Van Bruggen maakte in deze beurten zijn beoogde 41 caramboles vol door in zijn laatste beurt 1 keer te scoren. Hij eindigde de partij in een gemiddelde van 1.68.

Roze had een moeizame avond tegen Kolk ofschoon hij deze match wel tot een goed einde wist te brengen. In de eerste 10 beurten had hij 11 caramboles op het scorebord staan door o.a. in de 5de en 6de beurt een serie van 3 te scoren. Kolk echter had nog een slechtere avond en wist zijn aantal caramboles in de eerste 10 beurten op te voeren tot slechts 7 door o.a. in de 3de, 8ste en 10 beurt een serie van 2 te maken. In de beurten 11 tot en met 20 wist Roze zijn totaal op te voeren naar 17 met alleen in de 20ste beurt een serie van 2 te maken en in de 12,14, 15 en 19 telkens 1 carambole. Kolk leek iets beter in zijn ritme te komen in deze beurten. Zo liet hij in de 11de beurt een serie van 4 noteren en in de 12de een serie van 2 en in de 20ste beurt een serie van 3. In de beurten 13 tot en 17 wist hij geen enkele carambole te maken. Dit alles gaf als tussenstand na 20 beurten van 17 voor Roze en 18 voor Kolk. In de beurten 21 tot en met 30 ging het voor beide spelers niet goed. Roze wist in deze beurten slechts 7 caramboles te maken en Kolk 5. In de beurten 31 tot en 40 was het toch Roze die aan het langste eind trok door o.a. in de 33ste beurt een serie van 4 te maken en deze te laten volgen in de 37ste met een serie van 3 en in de 38ste beurt een serie van 2. Kolk echter wist slechts in de 36ste beurt een serie van 4 te maken en in de overige 9 beurten totaal geen score op het scorebord te krijgen. In de beurten 41 tot 46 wist Roze met een serie van 2 in de 43ste en telkens 1 carambole in de 44ste en 46ste beurt zijn beoogde aantal van 38 caramboles vol te maken. Kolk wist in de beurten 41 tot en met 45 nog slechts 4 caramboles te maken om in de nabeurt ook nog 1 carambole te scoren. Het gemiddelde van Roze bedroeg 0.83 en dat van Kolk 0.70.

Als laatste kwam Nijenbrink aan de tafel tegen Belder. Zowel Nijenbrink als Belder ging goed van start. Zo had Nijenbrink na 10 beurten al 10 caramboles op het scorebord laten aantekenen door o.a. in de 2de beurt een serie 4 en in de 7de beurt een serie van 2. Belder begon nog beter aan zijn beurt door meteen in de eerste beurt een serie van 4 op de tafel te leggen. Dit resulteerde in een tussenstand na 10 beurten 10 voor Nijenbrink en 9 voor Belder. In de volgende 10 beurten was Belder toch net iets beter dan Nijenbrink door o.a. in de 11de beurt een serie van 5 te laten noteren. Nijenbrink bleef echter stug door gaan en wist zijn totaal na 20 beurten op te voren naar 15 caramboles. In de beurten 21 tot en met 30 liep zijn kleine achterstand iets meer op doordat Belder in de 23 een serie van 4 kon laten noteren. Nijenbrink echter wist in de 27ste en 30ste beurt een serie van 2 te scoren zodat de tussenstand na 30 beurten 22 voor Nijenbrink en 31 voor Belder. In de laatste 2 beurten wist Nijenbrink met telkens een serie van 2 de beoogde 26 caramboles in een gemiddelde van 0.81 vol te maken. Belder echter wist de nabeurt niet meer te benutten en bleef steken op 31 caramboles in een gemiddelde van 0.97.

Einduitslag: HBC 3 – Steenwijk 5: 7 – 2.

 

Read Full Post »

HBC 3 – De Boerhoorn 6

HBC 3 – De Boerhoorn 6

door Kees van Bruggen

In de één na laatste thuiswedstrijd van HBC 3 was de tegenstander De Boerhoorn 6 die met de  spelers Morsink 65 caramboles, Langeveld 65 caramboles, Guichelaar 50 caramboles en Bazuin 41 caramboles aan de tafel verschenen. Voor HBC kwamen aan de tafel Doktor 100 caramboles, Wittink 100 caramboles, Wijkniet 50 caramboles en Van Bruggen 41 caramboles.

In de eerste partij moest Dokter het opnemen tegen Morsink. In de eerste 10 beurten was er niet veel verschil tussen de beide spelers. Morsink wist 13 caramboles op het scorebord te krijgen en Dokter 16. Ook in de volgende 10 beurten ontliepen de spelers elkaar niet veel. Morsink wist in de 12de beurt een serie van 6 te maken en in de 16de beurt een serie van 5. Dokter zette daar in de 17de beurt een serie van 7 tegenover en in de 19de beurt een serie van 12 zodat de stand na 20 beurten 32 voor Morsink en 42 voor Dokter was. In de beurten 21 tot en met 30 liep Dokter toch enigszins weg bij zijn opponent door in de 24ste en 28ste beurt een serie van 5 aan te laten tekenen en een serie van 7 in de 29ste beurt en een serie van 6 in de 30ste beurt. Morsink liet zich ook niet onberoerd en maakte in de 23ste en 25ste beurt een serie van 3 en in de 30ste beurt een serie van 7 zodat de tussenstand na 30 beurten 49 voor Morsink en 67 voor Dokter. In de beurten 31 tot en met 40 zette Morsink met een serie van 3 in de 32ste beurt en een serie van 10 in de 37ste beurt een eindsprint in. Met nog 1 carambole te maken miste hij in de 38ste en 39ste beurt deze carambole maar in de 40ste beurt wist hij met 1 carambole zijn vereiste aantal van 65 caramboles vol te maken. Dokter kwam nog akelig dicht in de buurt van zijn 100 te maken caramboles door in de 33ste beurt een serie van 9 te laten aantekenen om vervolgens in de 34ste beurt een serie van 6 te maken. Zijn totaal was na 39 beurten 95. In de nabeurt wist hij alsnog 4 caramboles te scoren en bleef daarmee net 1 carambole onder zijn vereiste aantal van 100 caramboles. Het gemiddelde van Morsink bedroeg 1.62 en dat van Dokter 2.47.

Wittink moest het in de 2de partij van de middag opnemen tegen Langeveld. Wittink bleek niet opgewassen tegen Langeveld ofschoon hij lange tijd een voorsprong had. In de eerste 10 beurten keek Langeveld tegen een achterstand van 8 caramboles aan doordat Wittink o.a. in de 4de beurt een serie van 6 liet aantekenen om dit te laten volgen door een serie van 7 in de 5de beurt en in de 9de beurt zelfs een serie van 11. Langeveld liet zich ook niet onberoerd en produceerde in de 3de beurt een serie van 3 gevolgd door een serie van 10 in de 4de beurt. Ook in de 8ste beurt legde hij een serie van 4 op de tafel gevolgd door een serie van 2 in de 9de beurt. In de beurten 11 tot en met 20 kwam Langeveld aardig op zetten met o.a. in de 14de beurt een serie van 4, in de 18de beurt een serie van 7 en in de 19de beurt een serie van 9 om in de 20ste beurt een serie van 4 op het scorebord te laten aantekenen. Wittink echter wistin de 12de beurt een serie van 5 te scoren gevolgd door een serie van 4 in de 13de beurt om in de beurten 14 tot en met 16 geheel niet te scoren. In de 17de en 19de beurt scoorde hij opnieuw een serie van 4. Dit gaf als tussenstand 58 voor Langeveld en 53 voor Wittink. In de beurten 21 tot 23 wist Langeveld geen enkele score op het scorebord te krijgen maar in de 24ste beurt een serie van 3 om in de laatste en 25ste beurt te eindigen met een serie van 4. Wittink echter wist in de beurten 20 tot en met 25 slechts in de 23ste beurt nog een score te maken van 2 caramboles. Langeveld eindigde zijn partij in een gemiddelde van 2.6 en Wittink, die bleef steken op 55 caramboles, zijn gemiddelde bedroeg 2.2.

Wijkniet nam het in de 3de partij op tegen Guichelaar. Beide moesten 50 caramboles maken. In de eerste 10 beurten was het Wijkniet die de boventoon voerde. Zo maakte hij in de 3de beurt meteen een serie van 5 gevolgd door telkens een serie van 2 in de 4de, 5de,6de en 8ste beurt telkens 2 caramboles. Guichelaar wist alleen in de 1ste, 3de en in de 7de beurt te scoren en bracht zijn totaal op 8 caramboles tegenover Wijkniet 13. Ook in de volgende 10 beurten was het Wijkniet die de meeste caramboles achter zijn naam wist te krijgen door wederom in de beurten 11, 12, 13, 16 en 18 telkens 2 caramboles te scoren. Guichelaar begon in deze beurten toch wat beter te spelen en had o.a. in de 15de beurt een serie van 4 gevolgd door een serie van 3 in de 16de beurt. Dit resulteerde in een tussenstand na 20 beurten 20 voor Guichelaar en 28 voor Wijkniet. In de beurten 21 tot met 30 was er qua aantal gemaakte caramboles weinig verschil tussen de heren spelers. Wijkniet produceerde in totaal 12 caramboles met o.a. in de 24ste beurt een serie van 8 en Guichelaar wist in deze beurten 10 caramboles te maken door in de beurten 28 tot en met 30 telkens 2 keer te scoren en in de beurten 22 tot en 24 1 keer en in de 27ste beurt ook 1 keer. Dit gaf als tussenstand 38 voor Wijkniet en 30 voor Guichelaar. In de laatste 5 beurten was het toch Guichelaar die met een serie van 15 in de 33ste beurt 4 caramboles uitliep op Wijkniet. Wijkniet kwam deze klap niet meer te boven in d 35ste beurt nog slechts 1 maal te scoren. Guichelaar maakte de partij met een serie van 2 in de 35ste beurt een eind aan de partij. Hij deed dit in een gemiddelde van 1.42 terwijl het gemiddelde van Wijkniet 1.28 bedroeg.

Als laatste kwam Van Bruggen aan de tafel. Hij moest het opnemen tegen Bazuin. Beide heren moesten 41 caramboles zien te scoren. Het was voor beide heren geen goede partij. Zo wist Van Bruggen in de eerste 10 beurten slechts2 caramboles te scoren. Bazuin had in deze beurten al 13 caramboles op het scorebord staan. Van Bruggen liet het er echter niet bij zitten en wist in de beurten 11 tot met 20 dichter bij Bazuin te komen door o.a. in de 11de beurt een serie van 4 en in de 16de beurt een serie van 6 op het scorebord te laten aantekenen. Ook Bazuin liet van zich spreken en maakte o.a. 18de beurt een serie van 5. Dit gaf als tussenstand 18 voor Van bruggen en 29 voor Bazuin. Ook in de beurten 21 tot en met 30 ging het voor beide heren niet goed ofschoon Bazuin iets minder slecht was dan Van Bruggen die enkel in de 22ste, 23ste en 27 1 carambole wist te scoren. Bazuin daarentegen scoorde in de 21ste beurt 1 carambole en in de 25ste 2 om in de 27ste beurt een serie van 3 te maken hetgeen in een tussenstand resulteerde van 21 voor Van Bruggen en 35 voor Bazuin. In de beurten 31 tot en met 40 kwam Van Bruggen beter in zijn spel met o.a. in de 36ste een serie van 2, in de 37ste en 40ste beurt een serie van 3. Bazuin zette daar een serie van 2 in de 31ste beurt, een serie van 3 in de beurten 32 en 33 om vervolgens in de 39ste beurt een serie van 4 te maken. De tussenstand na 40 beurten was 34 voor Van Bruggen en 40 voor Bazuin. Van Bruggen wist in de beurten 41 tot 43 niet tot scoren te komen. Ook Bazuin had moeite te scoren en wist in deze beurten ook niet tot scoren te komen. In de 44ste beurt maakte Van Bruggen zijn beoogde 41 caramboles vol met een serie van 7. Bazuin moest in zijn nabeurt nog 1 carambole maken maar miste deze zodat zijn eindtotaal op 40 caramboles bleef steken. Het gemiddelde van Van Bruggen bedroeg 0.93 en dat van Bazuin 0.91.

EINDUITSLAG: HBC 3 – DE BOERHOORN 6: 35 – 45

Read Full Post »

Opnieuw verlies voor HBC 5

door Henk de Keyzer

Op donderdag 28 maart trad HBC 5 met Riemersma (100 car.), De Keyzer (47), V.d. Kooi (38) en Tulner (29) in biljartcentrum L’Acquit aan tegen De Tump 3 met Hut (41), De Groot (41), Meekhof (41) en V. Gulden (35).

In de eerste partij was Riemersma duidelijk niet op dreef tegen Hut. Na 5 beurten had Hut een voorsprong van 4 – 3. Nadat Riemersma in de 8e beurt een serie van 5 had gemaakt antwoordde Hut met een serie van 11 in de 9e beurt en werd de stand 17 – 9 na 10 beurten. In de volgende 5 beurten wist Riemersma alleen in beurt 13 caramboles te maken, maar dat was dan ook een serie van 17. Met 2 series van 2 van Hut werd de stand na 15 beurten 21 – 26 in het voordeel van Riemersma. In de beurten 16 t/m 20 scoorde Riemersma in elke beurt, maar hoger dan een serie van 3 kwam er daarbij niet uit. Ook Hut scoorde in bijna elke beurt (twee keer 2 en twee keer 3), waardoor de stand 31 – 35 na 20 beurten op het scorebord stond. Hut maakte in de 21e en 22e beurt nog een serie van 4 en 3 tegen twee keer 0 voor Riemersma en besloot de partij in de 25e beurt met een serie van 2. In de gelijkmakende beurt wist Riemersma nog een serie van 4 te plaatsen, maar hij kwam niet verder dan 40 caramboles.
Uitslag:  Hut – Riemersma  41 – 40. Moyennes: Hut 1,640; Riemersma 1,600.

Ook de tweede partij tussen De Keyzer en De Groot verliep niet best voor de HBC-speler. De Groot nam een voorsprong van 11 – 5 na 5 beurten, waarin De Groot een serie van 7 maakte en De Keyzer een van 4. Middels een serie van 4 in beurt 6 vergrootte De Groot zijn voorsprong tot 18 – 10 na 10 beurten. In de 11e t/m 15e beurt caramboleerde De Groot in elke beurt (serie van 4 in beurt 12). De Keyzer had 2 keer 0, maar in de 12e en 13e beurt series van resp. 5 en 7, waardoor hij iets inliep tot 29 – 23 na 15 beurten. In beurt 16 t/m 20 liep De Groot echter weer verder weg, omdat hij, behalve in beurt 16, iedere beurt scoorde en De Keyzer slechts een serie van 3 had in de 16e beurt: 35 – 26 na 20 beurten. Met o.a. een serie van 6 in beurt 26 kwam De Keyzer nog iets terug tot 38 – 35 na 25 beurten, maar in beurt 27 besloot De Groot de partij.
Uitslag:  De Groot –De Keyzer   41 – 37.          Moyennes: De Groot 1,518;  De Keyzer 1,370.

In de derde partij nam V.d. Kooi door series van 4 en 5 in de 2e en 3e beurt een voorsprong van 4 – 12 op Meekhof na 5 beurten. Deze voorsprong vergrootte hij door o.a. een serie van 5 in de 8e beurt tot 9 – 19 na 10 beurten. In de daaropvolgende 5 beurten had Meekhof een serie van 4 en v.d. Kooi een van 3 en omdat beide spelers ook nog een keer 1 carambole maakten werd het 14 – 23 na 15 beurten. In de beurten 16 t/m 20 maakte V.d. Kooi 1 carambole meer dan zijn tegenstander en het werd 17 – 27. In de 21e t/m 25e beurt kwam Meekhof sterk terug. Hij scoorde een serie van 7 en 2 series van 2 en V.d. Kooi kwam in die beurten niet verder da 3 caramboles. Stand 29 – 30 na 25 beurten. Ook daarna leek het of Meekhof alsnog de partij in zijn voordeel zou gaan beslissen. Een serie van 2 en een van 7 bracht hem na 27 beurten op 38 caramboles, dus nog 3 te gaan. In de 27e beurt antwoordde V.d. Kooi echter met een serie van 5 en hij besloot de partij met een serie van 3 in beurt 29. Meekhof scoorde niet meer.
Uitslag: Meekhof – V.d. Kooi  38 – 38.             Moyennes: Meekhof 1,310; V.d. Kooi 1,310.

In de laatste partij ging Den Hartog van start tegen V. Gulden. Na 5 beurten, met van beide spelers een serie van 3, stond de stand 4 – 6 in het voordeel van V. Gulden op de tellijst. In de 6e t/m 10e beurt maakte Den Hartog met twee series van 2 1 carambole meer den zijn tegenstander en werd het 8 – 9. In de volgende 5 beurten maakte Den Hartog echter slechts 2 caramboles en V. Gulden maakte er toen 2 meer: 10 – 13 na 15 beurten. In de beurten 16 t/m 20, waarin Den Hartog o.a. een serie van 2 en een van 4 maakte, liep V. Gulden nog iets verder weg met een serie van 2 en twee van 3 tot 17 – 21. In beurt 21 leek Den Hartog met een serie van 6 de partij naar zich toe te trekken, maar V. Gulden stelde daar een serie van 5 tegenover. Omdat beide speler ook nog een serie van 2 hadden werd het 25 – 28 na 25 beurten. In de 26e t/m 30e beurt maakte Den Hartog twee keer 1 carambole, terwijl V. Gulden toen 6 caramboles maakte: 27 – 34. In beurt 33 besloot V. Gulden de partij en Den Hartog scoorde niet meer.
Uitslag: Den Hartog – V. Gulden  27 – 35.       Moyennes: Den Hartog 0,818; V. Gulden 1,060.

Einduitslag:  H.B.C. 5 – DeTump 3    31 – 45.

Read Full Post »

Fors verlies voor HBC 3

door Kees van Bruggen

De Boerhoorn 4 diende als gastgever voor HBC 3 op donderdag 28 maart jl. De Boerhoorn 4 trad aan met de volgend spelers: Donker 56 caramboles, Snoeyer 53 caramboles, Spoelder 41 caramboles en Broek 38 caramboles. Voor HBC 3 kwamen aan de tafel Wemmenhove 85 caramboles, Wijkniet 50 caramboles en Van Bruggen die een dubbel partij moest spelen. In zijn eerste partij moest hij 41 caramboles maken en in de 2de partij 44 caramboles.

Als eerste kwam Wemmenhove tegenover Donker te staan. Wemmenhove begon furieus en maakte vanaf acquit meteen serie van 3 terwijl Donker in zijn eerste en 2de beurt geen enkele caramboles wist te scoren. Wemmenhove had in de eerste 10 beurten al 44 caramboles op het scorebord laten aantekenen door o.a. in de 3de beurt een serie van 9 te maken, in de 4de beurt een serie van 11 en in de 7de beurt zelfs een serie van 15. Donker wist zijn score na beurten op te voeren naar 21 door o.a. 2 keer een serie van 7 in de 3de en 4de beurt. Ook in de beurten 11 tot en met 20 ging Wemmenhove rustig door met scoren met in de 11de en de 13de beurt een serie van 4 en in de 18de beurt een serie van 6. Dit resulteerde in een tussenstand na 20 beurten 63 voor Wemmenhove en 42 voor Donker. In de laatste 7 beurten wist Wemmenhove in de 23ste en 24ste beurt telkens een serie van 8 te maken en in de 26ste beurt een serie van 6 om in zijn laatste en 27ste beurt 2 maal te scoren zodat zijn totaal op 85 gescoorde caramboles kwam in een gemiddelde van 4,148. Donker scoorde er in de laatste 7beurten ook rustig op los door in de 22ste en 23ste beurt eveneens een serie van 4 te maken en in de 26ste beurt een serie van 3. Hij maakte in de nabeurt 2 caramboles en wist ook zijn beoogde 56 caramboles te bereiken in een gemiddelde van 2.080. Dit resulteerde dus in een gelijkspel.

Als tweede kwam Wijkniet aan de tafel tegen Snoeyer. Wijkniet kwam er in zijn geheel niet aan te pas. Zo scoorde hij in de eerste 10 beurten 11 caramboles tegenover Snoeyer 19. Ook in de volgende 10 beurten was het enkel en alleen Snoeyer die leek te biljarten. Met een serie van 8 in de 11de beurt, een serie van 9 in de 13de beurt en een serie van 6 in de 19de beurt was hij al dicht bij zijn beoogde 53 caramboles. Wijkniet echter wist in de 12de en 17de beurt 1 carambole te scoren, in de 16de en 20ste 2 en in de 18de beurt een serie van 3 caramboles te maken. Wijkniet bleef steken op 20 caramboles in een gemiddelde van 1.000. Snoeyer had in deze 20 beurten een gemiddelde van 2.650.

Van Bruggen moest het in zijn eerste partij opnemen tegen Spoelder. Beide heren deden in de eerste 10 beurten niet veel voor elkaar onder zo had Van Bruggen 16 caramboles en Spoelder 17. In de volgens de 10 beurten liep Spoelder toch enigszins uit op Van Bruggen door o.a. een serie van 6 in de 13de beurt en een serie van 5 in de 16de beurt. Van Bruggen kon daarin de 112de en 13de beurt een serie van 2, in de 14de een serie van 3 en in de 17de beurt een serie van 4 tegenover zetten. In de laatste 4 beurten maakte Van Bruggen in de 22ste beurt nog een serie van 4 om vervolgens in de 23 en 24ste beurt telkens 1 keer te scoren. Spoelder echter liet in de 22ste beurt een serie van 3 op het scorebord noteren en deed dit in de 24ste beurt met een serie van 2 nog eens dunnetjes over. Spoelder deed dit in een gemiddelde van 1.708 terwijl het gemiddelde van Van Bruggen bleef steken op 1.500.

In zijn tweede partij kwam Van Bruggen tegenover Broek te staan. Broek was in de eerste 10 beurten aanmerkelijk beter dan Van Bruggen gezien de tussenstand van 9 voor Broek en slechts 3 voor Van Bruggen. In de beurten 11 tot en met 20 kwam Van Bruggen beter in zijn spel en wist een voorsprong te nemen op Broek van 2 caramboles door o.a. in de 11de beurt met een serie van 4 en in de 14de beurt een serie van 3. Broek zette daar een serie van 4 in de 20ste beurt tegenover. In de beurten 21 tot met 29 wist Broek toch weer de overhand te nemen door in de 21ste en 28ste beurt een serie van 4 te laten aantekenen gevolgd een serie van 6 in de 23ste en 25ste beurt. Van Bruggen produceerde in de beurten in de 24ste beurt nog een serie van 3 en vervolgens in de 28ste en 29ste beurt een serie van 2. Hij bleef steken op 28 caramboles in een gemiddelde van 0.966 terwijl het gemiddelde van Broek 1.310 bedroeg.

Einduitslag: De Boerhoorn 4 – HBC 3: 47 – 29.

 

 

Read Full Post »

Verlies voor HBC 3.

door Kees van Bruggen

HBC 3 moest op 26 maart op bezoek bij ’t Akkertien de koploper. ’t  Akkertien kwam aan de tafel met Dekker 80 caramboles, De Goede 65 caramboles, Rietberg 35 caramboles en Lok 32 caramboles. Voor HBC 3 speelde met De Boer 44 caramboles, Van Bruggen 38 caramboles, Roze 38 caramboles en Nijenbrink 26 caramboles.

De Boer moest het in de eerste partij opnemen tegen Dekker De Boer ging vanaf acquit en maakte de eerste carambole. Dekker echter wist in zijn eerste beurt meteen een serie van 4 te scoren maar wist niet in zijn 2de beurt te scoren. De Boer scoorde wel in zijn 2de en 3de beurt maar scoorde niet in de 4de beurt. De Boer scoorde ook in de 8ste en 10de beurt niet maar wist wel in de 6de beurt een serie van 4 op de tafel te leggen. Dit resulteerde in een tussenstand na 10 beurten voor De Boer 10 en voor Dekker 12 caramboles. Aangezien De Boer in de volgende 10 beurten gestaag door ging met scoren was de stand na 20 beurten 36 voor De Boer en 34 voor Dekker. De Boer wist o.a. in de 13de en 20ste beurt een serie van 3 te maken en in de 15de beurt een serie van 5 om vervolgens in de 18de en 19de beurt een serie van 4 te maken. Dekker maakte in de 14de tot en met de 16de beurt telkens een serie van 2 en in de 20ste beurt een serie van 6. De Boer ging rustig door met scoren en wist in de 27ste beurt met een carambole zijn benodigde 44 caramboles vol te maken. Dekker wist in zijn nabeurt niet meer te scoren en bleef steken op 40 caramboles in een gemiddelde van 1.48. Het gemiddelde van De Boer bedroeg 1.63.

De Goede was de tegenstander van Van Bruggen. Van Bruggen ging goed van start door vanaf acquit meteen een serie van 3 te scoren. De Goede wist in zijn eerste 2 beurten niet tot scoren te komen. Tot en met beurt 10 keek Van Bruggen al tegen een achterstand van 5 caramboles aan mede doordat De Goede in de 4de beurt een serie van 7 op het scorebord liet aantekenen en in de 5de en 8ste beurt een serie van 3. In de beurten 11 tot en met 20 was het toch De Goede die de boventoon voerde. Zo scoorde hij in de 11de een serie van 4 en in de 17de beurt een serie van 5 en liep mede daardoor uit naar een voorsprong van 13 caramboles. Ook in de volgende 10 beurten bleek De Goede toch sterker dan Van Bruggen door in de 22ste en 23ste beurt een serie van 4 te laten aantekenen en in de 28ste beurt een serie van 5. De tussenstand na 30 beurten was 47 voor De Goede en 24 voor Van Bruggen. In de beurten 31 tot en 40 kwam Van Bruggen enigszins terug door een serie van 3 in de 34ste en 37ste beurt. Maar ook De Goede liet zich van zijn betere kant zien door een serie van 5 in de 40ste beurt te laten aantekenen. Ook in de laatste 6 beurten wist Van Bruggen zijn benodigde aantal van 41 caramboles niet vol te maken. Hij bleef steken op 38 caramboles in een gemiddelde van slechts 0.82. De Goede echter wist zijn benodigde aantal van 65 caramboles wel vol te maken door in zijn laatste en 46ste beurt een serie van 3 te scoren. Het gemiddelde van De Goede was 1.41.

Als derde kwam aan de tafel Roze die het moest opnemen tegen Rietberg. Roze begon goed aan de partij door in de 3de en 4de beurt elk een serie van 3 te maken. Maar liet niet met zich sollen en maakte in de 5de beurt een serie van 3, in de 6de beurt een serie van 4, in de 7de beurt een serie van 6 om vervolgens in de 8ste en 9de beurt resp. 2 en 1 te scoren zodat de tussenstand na 10 beurten was 17 voor Rietberg en 12 voor Roze. In de beurten 11 tot en met 20 was het toch Roze die de toon zette. Hij maakte in de 11de en 17de beurt een serie van 2 en in de 19de beurt een serie van 6. Dat af als tussenstand na 20 beurten 26 voor Roze en 26 voor Rietberg. In de laatste 4 beurten wist Rietberg in de 22ste beurt een serie van 8 te maken en zodoende op 34 caramboles van de te maken 35 caramboles kwam. Roze maakte in de 24ste beurt nog 1 carambole terwijl Rietberg in zijn laatste beurt ook 1 carambole maakte die tevens het einde van deze partij inluidde. Roze bleef steken op 29 caramboles in een gemiddelde van 1.20 terwijl het gemiddelde van Rietberg 1.45 was.

Nijenbrink moet het in de laatste partij van de avond opnemen tegen Lok. In deze partij kwam Nijenbrink er niet aan te pas. In de eerste 10 beurten ging het nog gelijk op gezien de tussenstand van 6 voor Nijenbrink en 5 voor Lok. In de volgende 10 beurten liet Lok Nijenbrink duidelijk de hakken zien door o.a. in de 12de beurt een serie van 6 op de tafel te leggen om vervolgens in de 15de beurt een serie aan te laten aantekenen en in de 16de en 17de beurt een serie van 4. Mede daardoor bedroeg zijn voorsprong op Nijenbrink na 20 beurten 29 tegen 7. In de volgende 8 beurten wist Nijenbrink alleen in de 24ste en 25ste beurt 1 carambole te maken en zodoende bleef steken op 9 caramboles in een gemiddelde van 0.32. Lok maakte o.a. in de 23ste beurt een serie van 2 en in de 26ste beurt een serie van 4 om in zijn laatste en 28ste beurt met een serie van 2 zijn benodigde aantal van 32 caramboles vol te maken in een gemiddelde van 1.14.

Einduitslag: ’t Akkertien 1 – HBC 3: 7 – 2

 

 

 

Read Full Post »

Lotus boekt nuttige zege.

door Lammert Homan

De driebanders van Chinees Indisch restaurant “Lotus” hebben op de grote tafel een mooie overwinning behaald op titelpretendent “BC Stokkers” uit Enschede. Thuisclub “Lotus” kwam in de gebruikelijke opstelling met Homan, Schonewille, Pieper en Fraterman aan de start.

De strijd tussen de twee kopmannen Lammert Homan en Raymond Teunissen was eenzijdig. Na een weifelende start nam de Lotusspeler resoluut de leiding om deze in de loop van de partij alleen maar uit te bouwen. Teunissen kwam totaal niet uit de verf op de altijd lastig bespeelbare tafels in Hoogeveen. Na 55 beurten was de wedstrijd beslist; 35 tegen 20 in het voordeel van Homan.

De partij tussen Henny Schonewille en Hans Vriendts was een stuk boeiender. Na 55 beurten had Vriendts een kleine voorsprong van 3 punten. Hij kon deze krappe marge vasthouden tot de 50e beurt met een stand van 26 tegen 23. Hierna gooide Schonewille alle remmen los en was uiteindelijk in 65 beurten met een bonus van 4 punten spekkoper.

Ook de strijd tussen Bennie Pieper en Theo Willemse leverde het nodige spektakel op. Willemse was tot vlak voor de finish de steeds bovenliggende partij. Pieper gooide echter met nog 5 punten te gaan de knuppel in het hoederhok en toverde een serie van 4 uit zijn keu. Helaas bleek de laatste carambole net te lastig. Met ieder nog 1 te gaan, besliste Willemse de wedstrijd in zijn voordeel.

De laatste partij ging tussen de tegenwoordige ongenaakbare Rieks Fraterman en Erik van der Loo. De Tukker schoot furieus uit de startblokken en nam een comfortabele voorsprong. Pas na een achterstand van 10 punten schoot Fraterman wakker. Met goed spel dichtte hij het gat en bewees zijn huidige topvorm door de wedstrijd in 56 beurten uit te maken.

De uitslag van 6-2 in het voordeel van “Lotus” betekent dat “BC Stokkers” zijn titelaspiraties voorlopig in de ijskast kan zetten en dat de Hoogeveners een veilige plaats hebben veroverd in de middenmoot.

 

 

Read Full Post »

Older Posts »

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.